Lieve meiden, Ontzettend bedankt voor de vlotte medewerking van de verzending. Hierdoor ... lees meer >>
super bedankt voor jullie snelle afhandelen IEDERE KEER!! echt super....en ... lees meer >>
Plaats een bericht >>
Ontstaan en geschiedenis
Aromatherapie in de oudheid
Hoewel niemand precies
weet hoe of wanneer onze voorouders zich voor het eerst in aromatische
planten zijn gaan interesseren, wijzen bepaalde archeologische vondsten
op een zeer vroegtijdig gebruik ervan. Bij opgravingen van
prehistorische graven in Irak zijn resten van grafkransen gevonden.
In
vroegere beschavingen, zoals in Mesopotamië drie- tot vierduizend jaar
geleden, werden kruiden en specerijen gebruikt bij de behandeling van
ziekten. De genezer reinigde lichaam en geest van de patiënt, waarbij
kwade geesten werden uitgedreven; de aromastoffen werden gebruikt om de
omgeving te reinigen. Ze creëerden een helende ruimte rond de zieke om
deze te louteren en het evenwicht te herstellen. Dit gebruikt heeft
overal ter wereld standgehouden. Zoals in Peru, waar speciale genezers
die curen eras (vrouwen) en curen eros (mannen) worden genoemd,
aromatische kruiden als wierook en aftreksel gebruiken bij het genezen
van ziekten.
In het oude Egypte bestond er geen grens tussen
priesters en genezers. In Abydos aan de Nijl werd bij opgravingen van de
geneeskrachtige tempel van Osiris een aantal onderaardse kamers
blootgelegd, elk met een gat in het plafond. Inscripties tonen aan dat
patiënten priesters consulteerden en gedurende de nacht in een van de
kamers bleven slapen. Boven de patiënt werd wierook gebrand en ’s
morgens wrden de dromen van de patiënt door de priesters
geïnterpreteerd, waarbij de oorzaak van de ziekte werd ontsluierd. De
geur was de sleutel tot het onderbewuste van de patiënt.
In
vroeger tijden waren aroma’s tevens een statussymbool; koningen,
koninginnen en andere vorsten demonstreerden hun rijkdom door een
overdadig gebruik van parfums. Kransen met aromatische planten als mint
en mirte tooiden banketten en de gasten droegen guirlandes met geurende
bloemen en kruiden om de spijsvertering te stimuleren. Op feesten in het
oude Egypte droeg met soms conische hoeden die met geuren als
frankinsence waren geïmpregneerd, zodat tijdens de maaltijd parfum over
de drager vloeide! In het oude Griekenland en Rome parfumeerden rijke
mannen en vrouwen zich in lagen – door verschillende geuren op
verschillende lichaamsdelen aan te brengen, ontstonden bij het lopen
golven van geuren.
De pracht en praal van Egypte
Toen
het graf van Toetanchamon was blootgelegd, bleek elke sarcofaag bedekt
te zijn met adembenemende kransen vol aromatische bloemen en kruiden.
Gelukkig fotografeerde en identificeerde een botanist de planten voordat
ze tot stof vergingen. Tussen de bloemen zaten lotussen, lange tijd
vereerd als heilige bloem, en leliën. Kruiken, gevuld met zalven die
frankinsence, mirre, nardus en kassia bevatten, verspreidden na al die
jaren in de duisternis nog steeds een vage geur.
Voor de oude
Egyptenaren vormden aroma’s vaak een verbinding met de goden. Ze werden
als wierook op altaren gebrand en gebruikt op de farao tijdens zijn
leven te zalven en na zijn dood te balsemen. Ingrediënten als cederhout
en frankinsence werden gebruikt om cosmetica en parfums te bereiden. Van
een beroemd bewaard gebleven parfumrecept met zestien ingrediënten,
genaamd ‘kyphi’, werd gezegd dat het dromen helder maakt en angsten doet
afnemen. Deze oude toepassing van geuren om angsten te verminderen is
vergelijkbaar met het gebruik van etherische oliën om de gemoedstoestand
te verbeteren in de aromatherapie.
Aromatherapie in andere oude culturen
Veel
culturen hebben oude tradities wat betreft het gebruik van aroma’s. Ze
wareden toegepast in de geneeskunst, voor parfums, cosmetica of bij
religieuze ceremonies. Vaak wordt dezelfde plant voor meer toepassingen
gebruikt – in India worden de pachoelibladeren gebruikt voor behandeling
van huidproblemen, als basis voor wierook, als ingrediënt voor parfums
en om motten te verdrijven.
India heeft een aromatische traditie
die sinds duizenden jaren bestaat. Het exotische aroma van sandelhout
wordt uit het merg van de boom gedistilleerd en gebruikt als ingrediënt
voor parfum, cosmetica en wierook; het wordt bij de Hindoestaanse
begrafenissen verbrand om de geest van de overledene te reinigen. Veel
godenbeelden worden dagelijks gewassen en gezalfd met geurende oliën,
omhuld met bloemen en gereinigd met wierook. Ayurveda, de traditionele
geneeswijze van India, maakt uitgebreid gebruik van kruiden, specerijen
en etherische olie als kardemom of infecties tegen te gaan en lichaam en
geest in balans te brengen.
In het China van ongeveer
vierduizend jaar geleden gebruikte men kaneelpoeder en kassie voor de
bereiding van wierook. De Chinese traditie van kruidengeneeskunst is
zeer oud en berust op een groot scala van verschillende
planteningrediënten, zoals engelwortel en kamfer. Een hedendaagse
Chinese botanicus kent de eigenschappen van honderden aromatische
kruiden en specerijen.
Vanuit de oude Arabische cultuur werden
veel aroma’s naar West-Europa gebracht; handelaren vonden routes naar
het Oosten en verspreidden planten, zoals de sinaasappelboom en de roos,
over de gehele wereld. Aan de Arabieren wordt de ontdekking van
distillatie toegeschreven, hierbij wordt de hitte gebruikt om etherische
oliën uit aromatisch materiaal te onttrekken. Abu Ibn Sina, of
Avicenna, een opmerkelijke fysicus, filosoof en wetenschapper uit de
eerste eeuw v.C., creëerde een eenvoudige vorm van deze techniek.
Ongeveer
tweeduizend jaar later worden de meeste etherische oliën voor
aromatherapie nog steeds via distillatietechnieken geproduceerd, zowel
op kleine schaal in eenvoudige distilleerderijen als commercieel met
hightech-installaties.
Hedendaagse aromatherapie
In
de jaren dertig creëerde de Franse parfumchemicus R.M. Gattefosse het
woord ‘aromathérapie’, nadat hij een brandwond aan zijn hand behandelde
met etherische lavendelolie. Hij stond versteld van de snelheid waarmee
de wond genas en publiceerde een boek over de helende kracht van
etherische oliën.
Tot dat tijdstip wisselde de populariteit van
etherische oliën nogal. Door nieuwe distillatietechnieken in Duitsland
en Zwitserland werden etherische oliën in de zestiende en zeventiende
eeuw bereikbaar voor een groter publiek. Tijdens de pest gebruikte men
specerijen als kruidnagel ter ontsmetting.
In de zeventiende en
achttiende eeuw leidde de toenemende belangstelling voor chemische
medicijnen in West-Europa tot een teruggang in de medicinale toepassing
van kruiden en etherische oliën, hoewel de parfumindustrie in
Zuid-Frankrijk tot in de negentiende eeuw doorging met distilleren van
lavendel en roos. Een Frans verslag vermeldt dat arbeiders in de
parfumindustrie minder kans hadden op tuberculose, maar toen realiseerde
niemand zich dat de bootstelling aan etherische oliën de belangrijkste
beschermfactor was.
In de twintigste eeuw werd in Frankrijk de
weg voor aromatherapie geplaveid voor Gattefosse en andere pioniers
zoals dr. Jean Valnet, een wetenschapper die zich bezighield met
antiseptische werking van etherische oliën, en Marguerite Maury, die het
gebruik van etherische oliën voor massage introduceerde. In
Groot-Brittannië veroorzaakte Robert Tisserens boek The Art of
Aromatherapy (1975) een golf van belangstelling voor het onderwerp, wat
leidde tot de aanwending onder een groter publiek.
Nu is
aromatherapie over de gehele wereld bekend. Het is zeer populair in
Engelstalige landen. Er is een groeiende belangstelling in het Verre
Oosten en Zuid-Amerika en het wordt toegepast in Europese landen, vaak
in combinatie met schoonheidsbehandelingen. De stijl in de Verenigde
Staten en Groot-Brittannië verschilt van de meer esthetische aanpak; bij
een professionele behandeling worden drie etherische oliën gekozen en
aangelengd in plantaardige olie, waarna het mengsel over het gehele
lichaam wordt ingemasseerd. De keuze van de etherische oliën wordt
bepaald door de fysieke emotionele toestand van de cliënt, zodat deze
zich ontspant en energie krijgt.





































